Posts tonen met het label kevers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kevers. Alle posts tonen

zaterdag 8 juni 2013

Een middagje in Boswachterij Ruinen ( 27 mei 2013 )

Door gebrek aan tijd plaats ik nu de waarnemingen die ik op 27 mei heb gedaan. Het was prachtig weer, dus ik trok er toen op uit...op insectenjacht. 
Prachtige insecten waargenomen en.....zelfs een hele zeldzame!

Van Staatsbosbeheer heb ik voor Boswachterij Ruinen een vergunning gekregen om overal te mogen komen. Wel met een speciale bedoeling natuurlijk. De vergunning die ik gekregen heb is om alle waarnemingen te verzamelen (monitoren) en deze aan Staatsbosbeheer door te geven.

Deel 1 van een middagje struinen door de bossen en heide van Boswachterij Ruinen.

Bastaard Zandloopkever (Cicindela Hybrida)

Bladhaantje (Donacia semicuprea)

Gele Soldaatje (Cantharis livida)

Gerimpelde Metaalboktor - (Callidium aeneum)
Dit is een hele zeldzame boktor die ik heb waargenomen. Hij is volgens de statistieken op waarneming.nl vanaf 2005 slechts 5 keer waargenomen in Nederland. In 2007 (1x), 2008 (1x), 2009 (1x) en in 2013 (2x), waarvan 1x door mij.

Keverlarve: Bladhaantje, geslacht Gonioctena, subgenus Goniomena
Notenboorder (Curculio glandium of nucum?)
Pilkever (Byrrhus fasciatus)
Rupsenaaskevers (Xylodrepa quadrimaculata), parend
Smaragdlangsprietmot -vrouwtje (Adela reaumurella)

Graag tot de volgende insectenserie (deel 2)!
En bedankt voor de leuke reacties op mijn vorig bericht!


woensdag 15 mei 2013

Stippen

Toen ik nog klein was dacht ik dat het aantal stippen op een lieveheersbeestje de leeftijd van het diertje aangaf. Maar eigenlijk is de soort te herkennen aan het stippenpatroon op de dekschilden en de tekening op de halsschild.

Er zijn circa 60 soorten lieveheersbeestjes. De afgelopen weken heb ik 7 soorten tot nu toe waargenomen. Het lieveheersbeestje is voor mij de favoriet onder de kevers.

Citroenlieveheersbeestje (Psyllobora vigintiduopunctata)
Kleine kever (3-4,5 mm) die voorkomt in bosranden maar ook op open terrein.
Eigenlijk overal waar meeldauwschimmels te vinden zijn, want daarvan leeft hij.


Roomvleklieveheersbeestje (Calvia quatuordecimguttata)
Prachtige wijnrode kever. 5-6.5 mm.
Lijkt wel wat op het 10-vlek lieveheersbeestje en in mindere mate op het meeldauw lieveheersbeestje, die een brede doorschijnende rand aan zijn halsschild heeft.
Vaak volstaat het om de vlekken te tellen.


Tienstippelig lieveheersbeestje (Adalia decempunctata)
Het patroon van stippen op het halsschild is kenmerkend. Zoals alle lieveheersbeestjes komen de stippen niet meteen na het uitsluipen uit de pop. Zoals op de derde foto te zien is, komen er nogal wat varieteiten voor. De deuk of richel achteraan de dekschilden is een kenmerk, maar helaas heeft ook de veelkleurige aziatische, die er soms ook op lijkt, zo'n richel. De tienstip is echter meestal kleiner (3,5-5mm) dan de aziaat (4,9-8,2).


Veelkleurig aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis succinea)
 Heel erg variabel dier. Van bleekrood via oranje tot dieprood en zwart met bleek zwarte, zwarte of rode stippen. Achteraan het lijf zit heel vaak een typerende 'deuk' of 'plooi'


Veertienstippelig lieveheersbeestje(Propylea quatuordecimpunctata)

De veertien stippen van deze lieveheersbeestjes zijn bijna altijd met elkaar verbonden en uitgesproken hoekig. Soms zijn de zwarte stippen zo groot, dat het dier zwart met gele stippen lijkt, en dan in de buurt komt van de zeldzame Veertienvlek en de algemene tienvlek, maar altijd zal de vierkante vorm van de stip, samen met de gele rand langs de schilden en de tekening van het halsschild de soort toch goed herkenbaar maken.
 Parend

 Lichte vorm

 Gele vorm

Viervleklieveheersbeestje (Brumus quadripustulatus)
Zeer ronde kever met opvallende verbrede randen van het dakschild. 3-5 mm.
Bol, zwart. De voorste stippen vaak kommavormig, de achterste soms zeer klein. Vaak op naaldbomen, maar kan ook elders voorkomen. 
Tamelijk algemeen lieveheersbeest.  

 
Zevenstippelig lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata) 
Net zo algemeen als de tweestip, maar een stuk groter.
Deze soort vind je niet in het bos, maar meestal in de zon, bijvoorbeeld op rozenstruiken. Daar eten ze voornamelijk bladluis, maar ook wel andere insecten en insectenlarven. Op dezelfde plaats vind je ook de larven van deze soort, en poppen. Er zijn wel andere lieveheersbeestjes die dezelfde kleuren en patroon van stippen hebben, maar die zijn een stuk kleiner, het kan dus haast niet missen als je deze ziet.


 
 Bedankt voor de leuke reacties op mijn vorig bericht

donderdag 15 november 2012

Zevenstippelig lieveheersbeestje - ladybug - coccinelle

Dit lieveheersbeestje trof ik vanmorgen aan op de stoep. Om een shoot van dit kevertje te kunnen maken heb ik hem op een blaadje geloodst.
Het zevenstippelig lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata) is een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae). Het is door de opvallende kleuren, de onschuldige en weinig schuwe natuur en het algemene voorkomen één van de bekendste kevers van westelijk Europa. Het zevenstippelig lieveheersbeestje wordt soms gezien als brenger van geluk en is zelfs een symbool tegen zinloos geweld.


De kever is als larve en ook als volwassen insect een felle jager die voornamelijk bladluizen eet en is hierdoor geliefd bij tuinders. De kever wordt wereldwijd als biologisch bestrijdingsmiddel ingezet in kassen en boomgaarden om bladluizen te bestrijden.

 Het zevenstippelig lieveheersbeestje komt voor in grote delen van Europa en in delen van Azië. De kever is voornamelijk in zonbeschenen terreinen te vinden, beschaduwde omgevingen als bossen worden vermeden. De kevers houden in de winter een winterslaap en kunnen dan massaal in huizen worden aangetroffen. In België en Nederland is de soort algemeen en kan plaatselijk zeer talrijk voorkomen.

Het zevenstippelig lieveheersbeestje is één van de insecten die direct is te herkennen aan de helderrode dekschilden met altijd zeven zwarte stippen. Het aantal stippen heeft bij lieveheersbeestjes dus niets met de leeftijd te maken.

vrijdag 9 november 2012

Mestkevers



Mestkevers behoren ook tot de bladsprietkevers (zie deze blog). Deze kevers maken een bal van mest om er hun larven mee te voeden. Om de bal te maken werken het mannetje en vrouwtje samen. Hoewel....het mannetje rolt het meeste, terwijl het vrouwtje er een beetje “bijhangt”. Ze zoeken een zachte plek in de grond om een gangetje te graven. Daar paren ze, maken de bal klaar voor gebruik en daarna legt het vrouwtje haar eitjes erin. De larven leven in de grond van de mestballen of van plantenwortels en -afval.

Al in het oude Egypte vielen mestkevers om deze eigenschap op. Die dieren snappen waar het in het leven om draait, namelijk om het hergebruik van waardevolle stoffen. De Egyptenaren hebben hun mestkever, de scarabee, dan ook heilig verklaard. Tot op de dag van vandaag is het in Egypte de gewoonte om elkaar een beeldje van een mestkever te geven, bij wijze van gelukwens.
Mestkevers zijn over het algemeen krachtig gebouwd met stevige poten en een dikke chitinelaag die het achterlijf, het borststuk en de kop beschermt. Deze extra spieren en bepantsering maken dat de mestkever zwaar en niet erg snel is, en vaak niet kan vliegen. De kleur is zwart tot groen- of blauwachtig, tropische soorten kennen bontere kleuren. 

In Nederland en België komt een tiental soorten voor, met als typische vertegenwoordigers de bosmestkever (Geotrupes stercorarius) en de voorjaarsmestkever (Geotrupes vernalis).
 Bosmestkever (Geotrupes stercorarius)

 Voorjaarsmestkever (Geotrupes vernalis)

In heel de wereld komen er ca. 600 soorten voor, waarvan 77 in Europa. Zelf heb ik 4 soorten in Nederland ontdekt. 

 De gewone- of paardenmestkever (Geotrupes spiniger)

 Driehoorn mestkever (Typhaeus typhoeus)-mannetje
Zie ook deze blog in "de mooie natuur".

Bladsprietkevers (Scarabaeidae)



De meeste soorten hebben een rond, bol lichaam, korte tasters en grote, soms glanzende dekschilden, vaak met lengtegroeven en soms met beharing. Enkele bekende groepen zijn de mestkevers (zie deze blog), de penseelkevers en de meikevers. Bladsprietkevers hebben platte, waaiervormige uiteinden aan de tasters, hiermee sporen mannetjes en vrouwtjes elkaar op om te kunnen paren. De rozenkevers (Cetoninae) hebben een krachtige bouw, en vaak opvallend lange poten waarmee ze kunnen graven en zich aan takken of (voor het mannetje bij de paring) aan vrouwtjes kunnen vasthouden.
 Meikever-vrouwtje-(Melolontha melolontha)
Penseelkever (Trichius fasciatus)-Hoge Veluwe-Posbank

Bladsprietkevers zijn opvallende planteneters die overdag rondscharrelen. De larven leven in de grond en eten plantenwortels. Ze zijn bekend als engerlingen. De meikever is de bekendste bladsprietkever. Een paar andere bladsprietkeversoorten zijn kenmerkend voor de duinen. Het rozenkevertje komt veel voor op duinroosjes. Soms vreten ze die helemaal kaal. Dat gebeurt in juni. De grote julikever is een zeldzame soort die in dennenbossen in het kustgebied voorkomt.
 Gedeukte Gouden Tor (Protaetia cuprea)

  Rozenkever (Phyllopertha horticola)
 Deze kever wordt ook wel Johanneskever of tuinkever genoemd

 Kleine Julikever (Anomala dubia)

 Roestbruine Bladsprietkever  (Serica brunna)

donderdag 8 november 2012

Bladrolkevers

Bladrolkevers (Attelabidae) of kortweg bladrollers (niet te verwarren met de gelijknamige motten) onderscheiden zich van de verwante snuitkevers (familie Curculionidae) door het ontbreken van geknikte voelsprieten. Lengte 6-8 mm.

Kenmerken
Makkelijk te herkennen soort. Dekschilden en halsschild vuurrood. Zwarte kop heeft een zeer korte snuit, maar is juist sterk verlengd achter de ogen en enigszins halsvormig ingesnoerd.

Voorkomen
In loofbossen (
mei-september), niet zeldzaam in Nederland en België. 
Ca. 25 soorten.

Levenswijze
Het vrouwtje rolt wikkels bij voorkeur van bladeren van de hazelaar en doet dit op een heel aparte manier met een rechte snijcurve tot aan de bladnerf en dan aan de andere kant. Vervolgens wordt van de afgesneden bladhelften een langwerpig tonnetje gevouwen.

Dit jaar heb ik slechts 1 soort waargenomen: De hazelaarbladrolkever (Apoderus coryli). Deze heb ik op 7 juli, 9 juli en 15 augustus waargenomen.

Aaskevers

Aaskevers (Silphidae) leven op, in of van aas en dode lichamen van dieren. Het is een kleine familie bestaande uit ca. 300 soorten in heel de wereld, waarvan er 47 in Europa voorkomen. In 2012 heb ik 5 soorten en een larve van één van die soorten waargenomen.
Gewone doodgraver of krompootdoodgraver (Necrophorus vespillo)

Doodgraver (Necrophorus vespilloides)
Deze soort lijkt op de gewone, maar de oranje/rode vlekken zien er anders uit. 

De oranje aaskever (Oiceoptoma thoracicum)

De rupsenaaskever (Xylodrepa quadrimaculata)

Deze aaskever - Silpha spec. is moeilijk te determineren.
Het is of de tristis of de obscura)
 Dit is de larve van de Silpha tristis