Deze heidelibel (mannetje) heb ik ruim een maand geleden (12 november) waargenomen bij het Echtenerzand (Boswachterij Ruinen). De bruinrode heidelibel lijkt op de steenrode heidelibel. Alleen bij de bruinrode ontbreekt de zogenaamde "hangsnor", het zwarte streepje op het voorhoofd (tussen de ogen). Deze stopt namelijk bij de bruinrode heidelibel bij de
oogranden en loopt niet of nauwelijks door langs de oogranden naar beneden.
De bruinrode heidelibel is een pioniersoort die zijn optimum vindt in
ondiepe poelen die ’s zomers geheel of gedeeltelijk uitdrogen en weinig
vegetatie hebben. De soort komt echter ook voor in allerlei andere
stilstaande en zwak stromende wateren.
Het is een nazomersoort: eind mei tot eind november, met een piek van eind juli tot
eind september. Er zijn sporadische waarnemingen bekend van bruinrode
heidelibellen in het (zeer) vroege voorjaar, wat erop wijst dat de soort
bij hoge uitzondering als imago kan overwinteren. Bruinrode
heidelibellen vertonen ongeveer hetzelfde gedrag als de meeste andere
heidelibellen. Jonge dieren zijn in de wijde omtrek van het
voortplantingswater aan te treffen, zittend en jagend in ruige
vegetatie.
Geslachtsrijpe mannetjes vliegen bij het water en gaan
regelmatig zitten op uitstekende stengels in de oevervegetatie. Ze
speuren naar vrouwtjes voor de paring. Mannetjes die dichtbij komen
worden meestal verjaagd. De eitjes worden vliegend in tandempositie
afgezet, in het water.