Mestkevers behoren ook tot de bladsprietkevers (zie deze blog). Deze kevers maken een bal van mest om er hun larven mee te voeden. Om de bal te maken werken het mannetje en vrouwtje samen. Hoewel....het mannetje rolt het meeste, terwijl het vrouwtje er een beetje “bijhangt”. Ze zoeken een zachte plek in de grond om een gangetje te graven. Daar paren ze, maken de bal klaar voor gebruik en daarna legt het vrouwtje haar eitjes erin. De larven leven in de grond van de mestballen of van plantenwortels en -afval.
Al in het oude Egypte vielen mestkevers om deze eigenschap op. Die dieren snappen waar het in het leven om draait, namelijk om het hergebruik van waardevolle stoffen. De Egyptenaren hebben hun mestkever, de scarabee, dan ook heilig verklaard. Tot op de dag van vandaag is het in Egypte de gewoonte om elkaar een beeldje van een mestkever te geven, bij wijze van gelukwens.
Mestkevers zijn over het algemeen krachtig gebouwd met stevige poten en een dikke chitinelaag die het achterlijf, het borststuk en de kop beschermt. Deze extra spieren en bepantsering maken dat de mestkever zwaar en niet erg snel is, en vaak niet kan vliegen. De kleur is zwart tot groen- of blauwachtig, tropische soorten kennen bontere kleuren.
In Nederland en België komt een tiental soorten voor, met als typische vertegenwoordigers de bosmestkever (Geotrupes stercorarius) en de voorjaarsmestkever (Geotrupes vernalis).
Bosmestkever (Geotrupes stercorarius)
Voorjaarsmestkever (Geotrupes vernalis)
In heel de wereld komen er ca. 600 soorten voor, waarvan 77 in Europa. Zelf
heb ik 4 soorten in Nederland ontdekt.
De gewone- of paardenmestkever (Geotrupes spiniger)
Driehoorn mestkever (Typhaeus typhoeus)-mannetje
Zie ook deze blog in "de mooie natuur".